
Waarbij helpt Compassion Focused Therapy (CFT)
Compassion Focused Therapy (CFT) is behulpzaam bij de volgende problemen:
Wetenschappelijk is bewezen dat CFT zeer behulpzaam is bij het om leren gaan met pijnlijke emoties, schaamte en schuld, en zelfkritiek. Recent onderzoek heeft aangetoond dat CFT negatieve gevolgen voor de geestelijke gezondheid reduceert en effectief is bij een scala aan verschillende (mentale) klachten, vooral bij depressieve klachten en zelfkritiek (Petrocchi, N. et. al, 2023).
compassionatemind.co.uk/cft-publications-2023
Verschillende problematiek waar CFT bij helpt

Psychologische problemen
Compassion Focused Therapy (CFT) is oorspronkelijk ontwikkeld om anders om te leren gaan met overmatige kritiek en gevoelens van schaamte. Ook bij de meest voorkomende psychische klachten: angst en depressie (die ook altijd voorkomen bij trauma gerelateerde problemen) is CFT behulpzaam.
Angst en angststoornissen
Angst is een van de basisemoties die we allemaal kennen. Het is een reactie van mens (en dier) op een bedreiging voor het welzijn of het voortbestaan. De dreiging kan actueel (‘in het hier en nu’) zijn of betrekking hebben op iets in de toekomst. Angst heeft een psychologisch en fysiologisch effect op ons gedrag, en heeft een adaptieve functie. Het bereidt ons voor om het gevaar te voorkomen, te bestrijden of te vermijden.
Angst wordt gekenmerkt door lichamelijk reacties, zoals een versnelde ademhaling en hartslag. Deze verhoogde opwinding en activering van ons lichaam is bedoeld om ons voor te bereiden op de dreiging. Het zenuwstelsel, het cardiovasculaire systeem, het ademhalingssysteem, het spijsverterings-, endocriene en excretie- systemen zijn allemaal betrokken bij angst gerelateerde symptomen.
Normale en pathologische angst
Hoewel angst deel uitmaakt van het leven en een natuurlijke aanpassingsreactie is, kan het pathologisch worden. Je vermogen om met uitdagingen en/of stressvolle gebeurtenissen om te gaan raakt dan verstoord, en dat kan je gezondheid ondermijnen en beschadigen.
Hoe kunnen we normale en pathologische angst van elkaar onderscheiden? Aan de hand van drie factoren – duur, intensiteit en frequentie – onderscheiden wij normale, adaptieve angst van abnormale, pathologische angst. Het belangrijkste criterium om normale angst te onderscheiden van een angststoornis, is dat het leidt tot ‘aanzienlijk lijden’. Hiervan is sprake als angsten je sociale, beroepsmatige of andere belangrijke vlakken van functioneren in de weg staat. Angst bereikt een klinisch niveau als je vermogen om ten volle van het leven te genieten ernstig is verstoord – vaak met aanzienlijke sociale en beroepsmatige beperkingen tot gevolg.
Bij pathologische angst is vaak sprake van een onnauwkeurige beoordeling van de situatie. Dit betekent dat de dreiging in een bepaalde situatie wordt overschat, terwijl tegelijkertijd het vermogen om met de dreiging om te gaan wordt onderschat.
De symptomen van angst kunnen onderverdeeld worden in emotionele, cognitieve, gedragsmatige en fysieke aspecten.
Symptomen of tekenen van angst
Emotioneel
De meeste mensen vinden de emotionele aspecten van angst het lastigst. Dat heeft te maken met de pogingen om angst onder controle te houden, te bestrijden, of ervan af te komen. Pogingen om je angst te onderdrukken maken de zaken alleen maar erger én ze zijn gedoemd om te mislukken, want angst is een aangeboren emotie die je ook nodig hebt om je te beschermen voor gevaar.
Cognitief
De gedachten die wij als mensen ervaren als we angstig zijn, worden gewoonlijk ongerustheid, piekeren of tobben genoemd. Ondanks dat iedereen andere gedachten heeft, herkennen we toch veel voorkomende algemene thema’s: de behoefte aan inzicht en controle (en het gevoel de controle te verliezen), problemen met onzekerheid en angst voor de toekomst.
Gedrag
Gedragsreacties zijn waarneembaar. Ze laten zien hoe wij omgaan met angstgevoelens. Meestal zijn het pogingen tot ontsnapping (zoals vermijding of daadwerkelijk de angst ontvluchten) of onderdrukking (alcohol- en/of drugsgebruik of overmatig gehecht raken aan een veiligheidsobject of persoon). Ironisch genoeg verergeren deze zogenaamde coping-strategieën de situatie vaak en houden ze een angststoornis in stand.
Fysieke symptomen van angst en paniek
Fysieke symptomen of tekenen van angst en paniek zijn:
Soorten angststoornissen
Er bestaan verschillende soorten angststoornissen:
Paniekstoornis (incl. agorafobie of pleinvrees)
Als gevoelens van angst, stress en paniek regelmatig en op elk moment voorkomen, zonder dat hier vaak een duidelijke aanleiding voor is, spreken we van een paniekstoornis. (Wanneer dit vooral gebeurd in de ‘open ruimte’ spreken we van agorafobie of pleinvrees.) Hoewel paniekaanvallen als heftig en beangstigend worden ervaren, zijn ze niet gevaarlijk. Van de diagnose paniekstoornis is pas sprake als je regelmatige en onverwachte paniekaanvallen hebt, gevolgd door ten minste een maand van voortdurende zorgen of bezorgdheid over het krijgen van nieuwe aanvallen. Het is belangrijk om te weten dat de meeste paniek- en angstklachten ook symptomen kunnen zijn van andere aandoeningen. Zo gaan veel psychologische klachten (waaronder angst) gepaard met ontstekingen en infecties, en met de ontwikkeling van een of meer auto-immuunziekten.
Gegeneraliseerde angststoornis (GAS)
Als er gevoelens van angst of vrees bestaan ten aanzien van sociale situaties waarin je mogelijk blootgesteld wordt aan kritische beoordeling door anderen, kan er sprake zijn van een sociale angststoornis of een sociale fobie. Dit kan een sociale interactie zijn (zoals een gesprek voeren of onbekende mensen ontmoeten), geobserveerd kunnen worden (bijvoorbeeld eten of drinken) of een prestatie leveren in het bijzijn van anderen (zoals een toespraak houden). Bij sociale angst vrees je dat je angst zichtbaar is voor anderen, of je je zodanig angstig gaat gedragen, dat anderen hierover negatief zullen oordelen (omdat het vernederend of schaamtevol is; of dat het tot afwijzing door anderen zal leiden; of anderen er aanstoot aan zullen nemen). Er zijn bepaalde sociale situaties waar mensen vaker moeite mee hebben, en sneller angstig worden zoals: In het middelpunt van de belangstelling staan, veroordeeld worden door anderen in sociale situaties, je schamen of vernederd voelen – en dit laten zien door te blozen, zweten of beven of per ongeluk iemand beledigen. Maar ook het maken van oogcontact, naar school/werk gaan, kamers/ruimtes betreden en gebruik maken van openbare toiletten kunnen soms angst oproepen. Als sociale situaties worden vermeden, of alleen verdragen met intense angst of vrees die buitenproportioneel is en zes maanden (of langer) duurt, spreken we van een sociale angststoornis of sociale fobie.
Obsessief-compulsieve angststoornis (OCS)
Een obsessief-compulsieve stoornis (OCS) is een mentale stoornis waarbij iemand herhaaldelijk bepaalde gedachten heeft (‘obsessies’ genoemd) of de behoefte voelt om bepaalde routines bij herhaling uit te voeren (‘compulsies’ genoemd), in een mate die leed veroorzaakt of het algemene functioneren schaadt. Als dit veroorzaakt wordt door, of gepaard gaat met, (bovenmatige) angst spreken we van een obsessief-compulsieve angststoornis. Voorbeelden zijn: Je handen bovenmatig vaak wassen waardoor er beschadigingen aan de huid ontstaan vanwege angst voor microben of bacteriën. Heel veel tijd besteden aan het controleren (en nógmaals controleren) van een uitgevoerde taak uit angst om fouten te maken. Huishoudelijke apparaten en gas voortdurend moeten controleren uit angst voor brand of je auto vanwege angst voor ongelukken veroorzaakt door gebreken.
Als er gevoelens van angst of vrees bestaan ten aanzien van sociale situaties waarin je mogelijk blootgesteld wordt aan kritische beoordeling door anderen, kan er sprake zijn van een sociale angststoornis of een sociale fobie. Dit kan een sociale interactie zijn (zoals een gesprek voeren of onbekende mensen ontmoeten), geobserveerd kunnen worden (bijvoorbeeld eten of drinken) of een prestatie leveren in het bijzijn van anderen (zoals een toespraak houden). Bij sociale angst vrees je dat je angst zichtbaar is voor anderen, of je je zodanig angstig gaat gedragen, dat anderen hierover negatief zullen oordelen (omdat het vernederend of schaamtevol is; of dat het tot afwijzing door anderen zal leiden; of anderen er aanstoot aan zullen nemen). Er zijn bepaalde sociale situaties waar mensen vaker moeite mee hebben, en sneller angstig worden zoals: In het middelpunt van de belangstelling staan, veroordeeld worden door anderen in sociale situaties, je schamen of vernederd voelen – en dit laten zien door te blozen, zweten of beven of per ongeluk iemand beledigen. Maar ook het maken van oogcontact, naar school/werk gaan, kamers/ruimtes betreden en gebruik maken van openbare toiletten kunnen soms angst oproepen. Als sociale situaties worden vermeden, of alleen verdragen met intense angst of vrees die buitenproportioneel is en zes maanden (of langer) duurt, spreken we van een sociale angststoornis of sociale fobie.
Specifieke fobieën
Als er duidelijk angst of vrees bestaat voor een specifiek object of een duidelijk situatie, dit onmiddellijk buitenproportionele angst of vrees oproept, bewust vermeden of alleen met intense angst of vrees verdragen wordt, en dit al zes maanden of langer duurt, is er sprake van een specifieke fobie. Volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) zijn fobieën in de volgende vijf algemene categorieën in te delen:
Angst door Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS)
Symptomen van posttraumatische stressstoornis kunnen binnen een maand na een traumatische gebeurtenis beginnen, maar soms verschijnen de symptomen pas jaren daarna. PTSS kan aanzienlijke problemen veroorzaken in sociale relaties (thuis, tijdens de studie of op het werk) en het kan je vermogen om normale dagelijkse taken uit te voeren ( in ernstige mate) verstoren.
PTSS-symptomen worden meestal als volgt gegroepeerd:
Symptomen kunnen in de loop van de tijd variëren en van persoon tot persoon verschillen. Er zijn grote individuele verschillen in de manier waarop we op trauma reageren. Enkele veel voorkomende emotionele en fysieke symptomen zijn: Schaamte, ontkenning, woede, verdriet, angst, moeilijkheden met slaap/nachtmerries, duizeligheid, hoofdpijn, gevoelens van misselijkheid, gastro-intestinale problemen en veranderingen in eetlust.
Acute stressstoornis
Niet elke persoon die zelf een traumatische ervaring doormaakt, of er getuige van is, ontwikkelt PTSS. Soms ervaren mensen enige tijd heftige symptomen, die na enkele weken verdwijnen (3 dagen tot een maand). In dat geval praten we over een acute stressstoornis.
Depressie
Depressie is een stemmingsstoornis. Als je eraan lijdt, raak je ondergedompeld in somberheid. Je verliest je interesse in de mensen en de dingen om je heen. Je kunt niet meer echt genieten.
Bij een ernstige (ofwel klinische) depressie ervaar je een diepe en aanhoudende neerslachtigheid, die zich kan manifesteren als prikkelbaarheid, intense droefheid of een gevoel van wanhoop. Vaak kun je dan niet meer genieten van activiteiten die je normaal gesproken leuk vindt. Het is heel wat anders dan een slechte dag hebben. Symptomen van een depressie duren minimaal twee weken of langer. Vaak zijn ze maanden of zelfs jaren aanwezig.
Tekenen of symptomen van een depressie zijn:
Soorten depressies
Er bestaan verschillende soorten depressies:
Situationele depressie
Dit is een soort aanpassingsstoornis, die ook wel bekend staat als reactieve depressie. Het is een kortdurende, stress gerelateerde vorm van depressie, die iemand kan ontwikkelen als reactie op een traumatische gebeurtenis. Daarbij kan je denken aan ziekte, overlijden van een geliefde of andere dierbare, relatieproblemen, problemen op school of op het werk, of verhuizen.
Klinische depressie
Bij een ernstige of klinische depressie ervaart iemand een diepe en aanhoudende neerslachtigheid, die zich kan manifesteren als prikkelbaarheid, intense droefheid of een gevoel van wanhoop. Meestal kun je dan niet meer genieten van activiteiten die je normaal gesproken leuk vindt. Dit is iets heel anders dan een slechte dag hebben. Er kunnen zich allerlei lichamelijke effecten voordoen zoals psychomotore effecten en gewichtstoename/-afname. Maar ook slaapproblemen, verminderd vermogen van de mentale en cognitieve capaciteiten en vaak gevoelens van waardeloosheid, zelfverwijt en schuld & schaamte. De symptomen van een ernstige depressie duren minimaal twee weken of langer. Vaak zijn ze maanden of zelfs jaren aanwezig.
Psychotische depressie
Een psychose is een toestand waarbij iemands contact met de werkelijkheid ernstig verstoord is. Tijdens een psychose is er sprake van een veranderde beleving van de werkelijkheid die waarnemen, denken en emoties beïnvloedt. De belangrijkste symptomen zijn wanen, hallucinaties, problemen met samenhangend spreken, gedesorganiseerd gedrag en motivatieproblemen. Een depressie kan voortkomen uit een psychose, maar een psychose kan ook voortkomen uit een depressie. Ze kunnen tegelijkertijd voorkomen, maar elkaar ook afwisselen.
Chronische depressie
Aanhoudende depressieve klachten komen vaker voor in combinatie met andere psychiatrische stoornissen. Het verhoogt het risico op zelfdoding. Mensen die last hebben van aanhoudende of chronische depressies rapporteren dikwijls kindertrauma’s, soms in combinatie met een genetische aanleg voor stemmingsstoornissen.
Bipolaire depressie
De bipolaire stoornis (vroeger manisch-depressieve ziekte of manische depressie genoemd) wordt gekenmerkt door brede stemmingswisselingen van manisch (hoog) naar depressief (laag).
Seizoensgebonden depressie
Seizoensgebonden affectieve stoornis is een depressie die wordt veroorzaakt door een verandering in de seizoenen, meestal wanneer de herfst begint. Onderzoekers weten nog niet precies waardoor een seizoensgebonden depressie veroorzaakt wordt. De theorieën suggereren onder andere verandering van de biologische huishouding (reactie van onze biologische klok, chemische onbalans in de hersenen, een teveel aan melatonine of een tekort aan vitamine D) en negatieve gedachten.
Biologische klokverandering
Wanneer je minder wordt blootgesteld aan zonlicht, verschuift jouw biologische klok. Deze interne klok regelt je stemming, slaap en hormoonhuishouding. Als dit verandert, kun je moeite krijgen jouw humeur te reguleren.
Melatonine boost
Melatonine is een chemische stof die slaappatronen beïnvloedt.
Het gebrek aan zonlicht kan bij sommige mensen een overproductie van melatonine stimuleren. Zij kunnen zich in de winter lusteloos en slaperig voelen.
Chemische onbalans in de hersenen
Neurotransmitters zijn chemische stoffen in de hersenen die de communicatie tussen zenuwen coördineren. Een van de neurotransmitters is serotonine. Deze speelt een belangrijke rol bij onze gevoelens van geluk. Zonlicht helpt bij het reguleren van serotonine. Als we een lage serotonine hebben, kan het gebrek aan zon tijdens de donkere maanden leiden tot verdere afname van serotonine en stemmingswisselingen.
Vitamine D tekort
Serotonine krijgt ook een boost van vitamine D. Omdat zonlicht ons helpt om vitamine D aan te maken, kan minder zon in de winter leiden tot een laag vitamine D niveau of zelfs een vitamine D tekort. Dit leidt vervolgens tot veranderingen in serotonine en stemming.
Psychologisch
Wanneer mensen bepaalde stressvolle, angstige en negatieve gedachten hebben over de winter.
Ontstekingsgebonden depressie
Er is aanzienlijk wetenschappelijk bewijs dat ontstekingsprocessen de ontwikkeling en progressie van ernstige depressies beïnvloeden. Pro-inflammatoire cytokinen blijken de ontwikkeling en ernst van depressieve stoornissen in verschillende populaties te beïnvloeden. Cytokinen zijn regulatoren van reacties op infecties, immuunreacties, ontstekingen en verwondingen. Sommige cytokinen verergeren het ziektebeeld (pro-inflammatoir), terwijl andere ontstekingen verminderen en genezing bevorderen (ontstekingsremmend). Toenemend bewijs toont aan dat veranderingen in de samenstelling van de darmmicrobiotica in verband staan met psychiatrische stoornissen, waaronder angst en depressie.
Premenstruele dysfore stoornis (PMDD)
Premenstruele dysfore stoornis, of in het Engels Premenstrual Dysforic Dysorder (PMDD) is een stemmingsstoornis die veroorzaakt wordt door hormonen die verbonden zijn aan je menstruatiecyclus. Met je hormonen is niks mis, maar je reageert heftig op het stijgen en dalen van de hormonen oestrogeen en progesteron. Je hebt de meeste klachten in de fase voor je menstruatie, ook wel luteale fase genoemd . Dit is de tijd vanaf je eisprong tot aan het begin van je menstruatie. Premenstruele dysfore stoornis (PMDD) veroorzaakt ernstige prikkelbaarheid, depressie of angst in de eerste of tweede week voordat de menstruatie begint. Opvallend is dat de symptomen meestal twee tot drie dagen nadat de menstruatie is begonnen verdwijnen. Heb je alleen lichamelijke klachten of zijn je psychische klachten minder heftig, dan kan er ook sprake zijn van Premenstrueel syndroom (PMS). Dit is een verzamelnaam voor ernstige lichamelijke en emotionele klachten die je kunt ervaren in de periode voor je menstruatie.
Trauma en trauma gerelateerde problemen
Iedereen maakt in het leven vroeg of laat ernstige en schokkende dingen mee. Denk aan een ongeluk, ernstige verwonding of een fysieke bedreiging van jezelf (of die van anderen). Situaties die leiden tot intense angst, hulpeloosheid of afschuw. Soms blijft je last houden van een traumatische ervaring. De gebeurtenis is in dat geval zo pijnlijk, schokkend of extreem dat het niet lukt om ermee om te gaan. Je kunt het gewoon niet vergeten en je zit als het ware ‘gevangen’ in je reactie op de traumatische gebeurtenis.
In de meeste gevallen zullen de klachten als gevolg van de schokkende gebeurtenis binnen enkele weken sterk verminderen. Wij spreken van een trauma of een ‘traumatische gebeurtenis’ als de klachten na vier weken blijven bestaan of zelfs verergeren.
Trauma gerelateerde klachten
Trauma gerelateerde klachten kunnen heel verschillend zijn:
Wanneer trauma problematisch wordt
Als de klachten er na een aantal weken (of langer) nog steeds zijn, dan is het belangrijk om daar iets aan te doen. Mensen die kampen met een trauma kunnen thuis of in de maatschappij vaak niet meer normaal functioneren en kunnen hierdoor allerlei sociale problemen krijgen (bijvoorbeeld alcohol- en/of drugsmisbruik, overmatig gamen, relatieproblemen en/of problemen op het werk).
We spreken van een psychisch trauma als herinneringen aan een of meer schokkende gebeurtenissen zich blijven opdringen, bijvoorbeeld in de vorm van nachtmerries of flashbacks. Je hersenen zijn dan als het ware overbelast.
Reactie van de hersenen op trauma
Bij een traumatische ervaring gaat het maar om aan een ding: overleven. Hierdoor wordt het gevaarsysteem geactiveerd, wat zich in het oudste deel van onze hersenen (het zogenaamde ‘reptielenbrein’) bevindt. Het gevaarsysteem neemt meteen de regie, en kiest tussen een vecht- of vluchtreactie (‘fight or flight response’). Maar als dit niet haalbaar is, als je letterlijk of figuurlijk vastzit, dan is er nog een laatste optie namelijk ‘bevriezen’ (‘freeze’). Hierdoor raak je in een staat van verlamming of verdoving.
Beschermingsmechanisme
Via het beschermingsmechanisme van ‘bevriezen’ lukt het om psychisch afstand nemen van sensaties die uitermate pijnlijk, schokkend of overweldigend zijn. Het is een noodgreep die automatisch in werking wordt gezet om de situatie het hoofd te kunnen bieden als je er niet aan kan ontsnappen. Het gevolg hiervan is wel dat de samenwerking tussen beide hersenhelften wordt verbroken. Hierdoor worden sensaties en herinneringen op een dusdanige manier in je brein opgeslagen, dat je er later niet meer bewust bij kunt. Je kunt je dit voorstellen als een soort litteken in je hersenen. Het herstellen van de verbinding is juist belangrijk voor de verwerking van een trauma. Een traumabehandeling helpt je als het ware om opnieuw verbindingen te leggen en het littekenweefsel ‘los te masseren’.
Iedereen kan last krijgen van psychische problemen
Iedereen die een schokkende gebeurtenis heeft meegemaakt, kan last krijgen van psychische problemen. Gelukkig zijn mensen en hun hersenen zijn veerkrachtig, ook op hoge leeftijd. Traumabehandeling is vaak wel ingewikkeld en vergt tijd, zeker in het geval van meervoudige, oude en complexe trauma’s. Ook kan het zo zijn dat mensen na afloop van de schokkende gebeurtenis belangrijke aspecten van het trauma ‘kwijt zijn’, en dan kan het verwerken en integreren van de traumatische ervaringen meer tijd kosten.
Onverwerkte traumatische ervaringen
Onverwerkte traumatische ervaringen blijven van invloed op je verdere sociaal-emotionele leven en verhogen het risico op het ontstaan van nieuwe trauma’s. Daarom is traumaverwerking erg belangrijk. Maar zelfs bij de meest complexe (meervoudig) of duurzame (jeugd) trauma’s is enorme verbetering en meestal volledige genezing mogelijk.
Soorten Trauma
Er zijn verschillende soorten trauma’s:
Enkelvoudig trauma
We spreken van een enkelvoudig trauma als je last hebt van psychische problemen die samenhangen met een geïsoleerde schokkende ervaring. Daarbij kan je denken aan een ongeluk, auto-ongeval, slachtoffer van een inbraak of (roof)overval, een brand, een zeer zware bevalling, een natuurramp, een scheiding, het overlijden van een geliefde of een aanranding, verlies van een baan, terreuraanslag of verlies van autonomie.
Meervoudig trauma
Van een meervoudig trauma (soms ook wel chronisch trauma genoemd) is sprake als meerdere ingrijpende ervaringen gedurende langere tijd hebben plaatsgevonden. Denk bijvoorbeeld aan herhaaldelijk seksueel misbruik, incest, huiselijk geweld, sexting, oorlogservaringen, genocide, martelingen of langdurige pesterijen. De klachten van een meervoudig trauma zijn dan vaak zeer divers van aard en omvatten somberheid, angst en wantrouwen in combinatie met een uiterst negatief zelfbeeld.
Complex Trauma
Als je klachten spelen op verschillende leefdomeinen zoals in het gezin, werk en relaties wordt gesproken over complexe trauma’s, en wanneer de ervaring(en) in je jeugd hebben plaatsgevonden dan spreken we van een jeugdtrauma.
Jeugdtrauma
We spreken van een jeugdtrauma als de traumatische ervaringen plaats hebben gevonden in de kindertijd of in iemands jeugdjaren.
Beroepsgebonden trauma
Sommige beroepsgroepen zoals militairen, politieagenten, ambulancepersoneel en zorgprofessionals, brengen een grotere kans op traumatische ervaringen met zich mee.
Niet alleen het directe ervaren, maar ook het zien of het horen vertellen over de traumatische ervaringen van anderen kunnen de toehoorder, observator of hulpverlener traumatiseren. Dat wordt secundaire traumatisering genoemd, en ook daarop maak je meer kans als je tot bepaalde beroepsgroepen behoort. Het indirect in aanraking komen met trauma kan ook eigen traumatische ervaringen uit het verleden raken.
Secundair trauma
Beroepsgebonden secundair trauma
Als er klachten ontstaan door het zien of het horen vertellen over de traumatische ervaringen van anderen bij de toehoorder, observator of hulpverlener noemen we dat secundair trauma. Je ondergaat dan niet direct zelf het trauma, maar het zien, lezen over of aanhoren van traumatische ervaringen van anderen kan ook een aanleiding vormen om trauma gerelateerde klachten te ontwikkelen.
Gestapeld secundair trauma
Herhaling van het trauma en de aan het trauma gerelateerde ervaringen wordt óók secundair trauma genoemd. Voorbeelden hiervan zijn ‘victim blaming’ bij seksueel misbruik (ze lokte het ook zelf uit met dat korte rokje) of je niet gehoord en gezien voelen als je om hulp vraagt. In dat geval betekent het dat er een trauma bovenop het al bestaande trauma geplaatst wordt.
Developmental Trauma Disorder (DTD)?
Recent heeft Bessel van der Kolk, samen met een team van experts, in de Verenigde Staten aan de American Psychiatric Association (APA) voorgesteld om een nieuwe classificatie in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) toe te voegen, namelijk Developmental Trauma Disorder (DTD). Dit verzoek werd afgewezen ondanks de overweldigende hoeveelheid gepresenteerd bewijs.
Zie dit artikel: https://www.apa.org/monitor/2021/07/ce-corner-developmental-trauma
Emotionele problemen
Emoties zijn evolutionair ontstaan om te kunnen overleven, en ons voor de bereiden op snel handelen bij de meest wezenlijke gebeurtenissen in ons leven. Ze geven ook aan of we ons in de gewenste richting (van overleving) bewegen. Of er dreiging is, of dat we veilig zijn. Of we falen of dat we succesvol zijn. Bij eenzaamheid ervaren we hele andere emoties dan wanneer we ons verbonden voelen.
Er zijn geen goede of foute emoties, zijn ze allemaal nodig om te overleven. Emoties kunnen wel aangenaam of onaangenaam voelen. We kunnen ze als prettig en wenselijk, of als onprettig en onwenselijk ervaren.
De evolutie heeft ons, en onze hersenen, gevormd. Ons brein is uitgegroeid tot een uiterst gevoelig overlevingsorgaan. Het is gevormd in verschillende stadia, en de oude delen kunnen gemakkelijk met de nieuwe delen in conflict komen. Dat is vooral het geval als bepaalde emoties die ontstaan zijn in het oude brein de kop opsteken. Als ze in conflict komen met het nieuwe brein (wat we gebruiken voor denken en redeneren) kan er een soort van vicieuze cirkel om staan. We komen dan in een soort van ‘lus’ terecht: de gevoelens activeren bepaalde gedachten, die weer bepaalde gevoelens activeren, die weer gedachten activeren, enz., enz. En zo blijven we kringetjes draaien, en als het ware ‘hangen’. (Net zoals een LP kan blijven ‘hangen’.) We doen dat niet bewust of expres, het werkt gewoon zo. De oudere delen van onze hersenen werken heel automatisch en instinctief. Veel gaat buiten ons bewustzijn om. Paul Gilbert spreekt daarom ook voortdurend over: ‘the tricky brain’.
Schaamte & Schuld
Schuld en schaamte zijn zelfbewuste of sociale emoties. Ze zijn verbonden met onze gevoelens over onszelf, en ze ontstaan als gevolg van sociale situaties die we als dreigend ervaren. Als we bijvoorbeeld bang zijn om afgewezen te worden omdat mensen ons niet mogen, heet dit een zelfbewuste emotie. Zelfbewuste emoties kunnen zowel positief als negatief zijn.
Schaamte
Als voorbeeld van de positieve kant is trots verbonden met het gevoel dat andere mensen je bewonderen, of je mogen. Dat zien we graag en laten we ook graag zien. De familie van de schaamte emoties staat aan de negatieve kant, en ze zijn verbonden met de dingen die we over onszelf voelen, of van onszelf vinden, waarvan we denken dat andere mensen ze afkeuren. Het zijn dingen die we niet graag laten zien en die we het liefst willen verstoppen en verbergen.
Schuld
Schuld is ook een zelfbewuste emotie, en wordt vaak verward met schaamte, terwijl schaamte en schuld heel verschillend zijn. Schuld is de spijt die we voelen als we iets of iemand schade berokkend hebben, en het heeft zich ontwikkeld vanuit het nieuwe brein. Bij het ervaren van schuld zijn we niet gericht op onszelf als individu, maar op het specifieke gedrag waardoor we schade veroorzaakt hebben, én de wens om dit te herstellen.
We merken dat schaamte heel anders is dan schuld.
Voor schuld heb je empathie nodig, voor schaamte niet
Schaamte is veel meer gericht op het zelf. Als we iets of iemand beschadigd hebben, en deze schade vanuit schaamte zouden gaan herstellen, dan zijn we er vooral op gericht dat we onszelf beter willen voelen. We willen dat de ander ons vergeeft, en ons weer mag. Het tegenovergestelde is het geval bij schuld, dat is gericht op gedrag. Op het herstellen van de schade die je veroorzaakt hebt. Om te snappen wat je gedrag aanricht moet je je kunnen verplaatsen in de ander. Voor schuld heb je empathie (nieuwe brein) nodig, en voor schaamte niet.
Overmatige (zelf)kritiek
Zelfcontrole
We controleren voortdurend wat er in, en om ons heen, gebeurd. Dit proces van zelfcontrole is nodig om te kunnen overleven, maar het is ook van vitaal belang voor zelfregulatie en sociale aanpassing. Controle kan behulpzaam zijn, want het kan je helpen om te corrigeren en bij te stellen. Maar het kan schadelijk zijn als het de overhand krijgt en je aan gaat vallen. Zelfcontrole is belangrijk en zinvol, maar het kan ook lijden tot schadelijke zelfkritiek.
Ideaalbeeld
Bij zelfcontrole vergelijken we onze gedachten, ons gedrag en onze emoties met een soort interne ideale standaard. Een ideaal zelfbeeld. Als het ideale zelf (wie we willen zijn) niet overeen komt met het actuele zelf (wie we zijn), dan leidt dat tot teleurstellingen en worden er zelfregulerende mechanismen in gang gezet. De manier waarop we kritiek hebben op onszelf heeft een effect op de patronen in onze hersenen en op ons lichaam.
Ironisch genoeg hebben veel van ons een gewoonte ontwikkeld om veiligheid voor onszelf te creëren door zelfkritisch te zijn. Dat komt omdat we onszelf willen beschermen voor gevaar, of voor bepaalde zaken in het leven die negatief uit kunnen pakken.
Zelfkritiek
De bedoeling van ons kritische deel is vaak goed, bijvoorbeeld niet lui of arrogant willen worden. Maar de methodes die de innerlijke zelf-criticus daarvoor gebruikt zijn angst en teleurstelling. Bijvoorbeeld als we bepaalde doelen niet bereiken, bang zijn voor teleurstelling/tegenslag of om fouten te maken. Als we niet aan ons ideaalbeeld voldoen, kan dat ons gevaarsysteem activeren. Als dit systeem geactiveerd wordt dan gaan we dingen vermijden. Soms gaan we onszelf zelfs aanvallen: dan we geven onszelf op de kop en nemen we onszelf dingen kwalijk.
Relatieproblemen
We ervaren allemaal wel eens problemen in relatie tot andere mensen, en meestal weten we die zelf wel op te lossen. Maar soms komt het voor dat je merkt dat je vaker soortgelijke problemen met anderen tegenkomt. Dat kan zijn in een partnerrelatie, maar ook in relatie tot je gezin van herkomst, je familie, vrienden en vriendinnen of op je werk.
Als je problemen ervaart in relatie tot anderen kan dit verschillende oorzaken hebben. Het kan met specifieke sociale ervaringen in het verleden te maken hebben, zoals een leidinggevende die tegen je uitviel, gepest zijn, of juist verwend zijn. Het kan zo zijn dat er specifieke normen en waarden gelden in de gemeenschap waarin jij opgegroeide, en men daarin heel streng was (of net heel erg ‘losjes’).
De ene mens is ook socialer dan de ander. Sommigen hebben behoefte aan veel contact met anderen en begeven zich graag in grote menigten, een ander is graag alleen. Daarin verschillen we in wat we daar zelf in willen, maar ook in aanleg en mogelijkheden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan Autisme Spectrum Stoornis (ASS) en allerlei andere vormen van afwijkingen en handicaps, maar ook aan hypersensitiviteit.
Levensfase problemen
We doorlopen in ons leven allemaal verschillende stadia in onze groei en ontwikkeling als mens. Allemaal zijn we ooit geboren, kind geweest en groot gegroeid, en ooit gaan we dood. Dat is een feit, een vaststaand gegeven.
In bepaalde stadia van ons leven kunnen we specifieke problemen tegen komen. Als we nog thuis bij onze ouders wonen ervaren we hele andere problemen dan wanneer we het ouderlijk huis verlaten hebben om te gaan studeren, of om zelf een gezin te stichten. Als jongere ervaar je heel andere problemen dan wanneer je de middelbare leeftijd bereikt hebt, of ondertussen oud bent geworden.
Meestal komen we wel door die verschillende fases, die hun eigen specifiek problemen met zich meebrengen, heen. Maar soms worstelen we met de moeilijkheden die dan op ons pad komen, en weten we ons er niet goed een weg in te vinden. Dit kan veel verschillende oorzaken hebben.
Stress
Stress is een vorm van spanning die in het lichaam van mensen, dieren of planten optreedt als reactie op externe prikkels en die gevolgd wordt door een bepaald patroon van fysiologische reacties. Er zijn veel verschillende definities van stress maar meestal wordt met stress de stressrespons, de reactie, bedoeld. Dat is de manier waarop een individu reageert op een stressvolle gebeurtenis.
Normale en pathologische stress
Bij dreiging, of dat nu fysiek of psychologisch is, reageren we met de ‘fight-flight of freeze’ reactie. Als ons lichaam wordt bedreigd dan reageren we door te vechten, te vluchten of te bevriezen/verstijven. Dat helpt ons om fysiek te overleven. Als we emotionele pijn als dreiging ervaren dan vertonen we vaak gelijksoortige reacties op onszelf om psychologisch te overleven.
Lichamelijke reacties
Om ons in staat van paraatheid te brengen wordt de ademhaling sneller en oppervlakkiger, versnelt de hartslag en stijgt de bloeddruk, de doorbloeding in de spieren neemt toe en bij in spijsverteringsorganen af. (De spijsvertering is minder belangrijk voor onmiddellijk overleven, net zoals het immuunsysteem. Dat zwakt ook af bij stress). Bij overmatige stress raken we lichamelijk uitgeput en kunnen we onvoldoende herstellen.
Psychologische (Emotionele & Cognitieve) reacties
Als we dreiging vanuit onze emoties ervaren reageren we ook door te vechten, te vluchten of te bevriezen/verstijven.
Deze stress reacties op psychologische dreiging lijken de nieuwe brein bewerkingen van de instinctmatige reacties van het oude brein. Ze werken echter vaak averechts en maken het erger. Waarom zo hardnekking-> Better be safe that sorry!
Sociale angststoornis (sociale fobie)