
Platgereden oranje Crompouce
Op weg van de winkel naar huis lag er een platgereden hoopje op de weg. Het zag geel en oranje, en er leek iets van een platgereden hoopje brood (mooi goudbruin) bij te liggen. Ik puzzelde me over wat het zou kunnen zijn.
Gisteren had ik nog snel even oranje tompoucen gehaald bij AH toen Nederland aan het voetballen was. (We hadden elkaar bezworen om niet te vallen voor de commercie, we moesten weer afvallen en gezonder gaan eten, we zouden ze NIET kopen. Maar, toen zaten we na een dag behoorlijk bezig te zijn geweest met de verbouwing (we hadden alle ramen schoongemaakt, en ik zag dat ze nóg een keer moeten omdat er toch nog van dat venijnige stickerspul op zit, GVH&)%##!)
En, toen ik het platgereden hoopje probeerde thuis te brengen, zeiden mijn gedachten ineens: “Het is een platgereden oranje crompouce.”
Wat heel goed zou kunnen, want daar leek het hoopje het meest op. (Al heb ik nog nooit in mijn leven een platgereden oranje crompouce gezien, maar ik denk dat die er zó uit zou zien. Dat is wat je noemt: voorstellingsvermogen.)
Hoe zou deze oranje crompouce op straat zijn beland? En platgereden zijn? Hoe?
Waarschijnlijk is hij uit een tas van iemand gevallen die daar langs fietste, en waarvan de tassen té vol zaten. Of, als het fietstassen waren, niet goed ingepakt waren, zodat er nog van alles uit kon vallen.
We zullen het nooit te weten komen. Alleen dat hij daar ligt. Die platgereden oranje crompouce. Zielig en alleen, en plat…
Nancy Meesters