
De Wind van Voren
Op LinkedIn zag ik in coronatijd een oproep voor bijdrages voor het boek “Off the record”, over ongebruikelijke interventies in de GGZ. En nu kan ik daar, omdat ik ondertussen al ruim 30 jaar werkzaam ben in de GGZ, heel wat verhalen over delen.
Vooraf wil ik opmerken dat wij onze therapieën en methoden en technieken vaak veel te veel waarde toedichten. Het zijn vaak de gebeurtenissen buiten de behandeling om, die plaatsvinden in het dagelijkse leven van onze cliënten, die het verschil maken. Zoals bijvoorbeeld eindelijk die gewenste woonruimte, studie/baan of partner vinden, waarbij je dan merkt dat het ‘klopt’.
Het verhaal dat ik hier met jullie wil delen, is een verhaal over mijn eigen schaamte. En hoe een ooit zeer schaamtevolle ervaring zich heeft getransformeerd naar een gekoesterde herinnering.
Ik kan me nog goed herinneren dat het die dag enorm slecht weer was. Veel regen en harde wind. Ik moest voor een belangrijk overleg van de ene locatie van Mediant, de Willemstraat (in het centrum van Hengelo), naar een andere locatie, de Opmaat (gelegen tussen Hengelo en Enschede in). Mijn gesprekken waren weer eens wat uitgelopen, en ik moest haast maken om op tijd bij dat overleg te zijn. Dus sprong ik, zodra ik me in mijn regenpak gehesen had, op de fiets. Ik had de wind tegen, en ik zag er uit als een teletubby in dat regenpak. En, omdat ik zo hard moest trappen (want ik wilde niet te laat komen, en nog wat tijd hebben om me te fatsoeneren) zweette ik als een otter op die fiets. Terwijl ik met een zo hoog mogelijk tempo over de Enschedesestraat fietste, stopte er rechts van mij een auto naast het fietspad. De bestuurder zwaaide ineens de deur open om uit te stappen, en ik kon nog ternauwernood remmen. (Volgens mij kwam mijn achterwiel zelfs van de grond).
Omdat ik me helemaal rot schrok (want ik had wel een doodsmak kunnen maken, en mijn nek kunnen breken), schoot ik volledig uit mijn slof richting autobestuurder. Ik stond te vloeken en te tieren als een bootwerker, daar in de stromende regen. En ineens kijk ik om me heen, en zie daar 1 van mijn cliënten met haar partner, gezellig samen onder de paraplu, over de stoep lopen. Ze zei me gedag, ik zei gedag terug, en de automobilist maakte van de gelegenheid gebruik om zich snel uit de voeten te maken. Op het moment dat dat gebeurde kon ik wel door de grond zakken. Want dit is nou niet bepaald het plaatje dat je als psycholoog van jezelf wil presenteren naar je cliënten toe. Ik schaamde me diep! Gelukkig zei mijn cliënte er niets over in ons eerstvolgende gesprek. En ik hield natuurlijk ook mijn mond er over. Ik was allang blij, en dankbaar dat het niet ter sprake kwam.
De behandeling zette zich voort, maar al enkele gesprekken na dit voorval konden we afsluiten. Eindelijk was het haar gelukt om meer voor zichzelf te kiezen, meer los te komen van het gezin van herkomst en haar omgeving, en meer haar eigen koers te varen. Ineens durfde ze tegengas te geven richting haar ouders, en eens niet te doen wat zij van haar verlangden. In ons laatste gesprek stelde ik de vraag die ik altijd (al vanaf het begin dat ik dit werk doe) aan mijn cliënten stel: “Wat heeft je nu het meest geholpen in deze behandeling?”
En ik was met stomheid geslagen toen ze zei: “Nou, die ene keer dat ik je op de Enschedesestraat tegen kwam en het zo hard regende, en je zo uitviel naar die automobilist. Dat heeft me doen inzien dat je kwaad mag worden.”
En zo heeft dit ooit zo schaamtevolle, maar nu door mij gekoesterde moment, iets moois voortgebracht. Mijn cliënte durfde boos te worden en voor zichzelf te kiezen. En de automobilist heeft waarschijnlijk nooit meer een gevaarlijke situatie veroorzaakt en, zonder eerst in zijn spiegel te kijken, zomaar de autodeur opengegooid.
Nancy Meesters, GZ-psychologe.